Onderzoek naar lezen, leesbevordering en literatuureducatie

Leesgedrag e-boeken

-> 45% van de Nederlanders leest weleens e-boeken, een stijging ten opzichte van een jaar eerder.

-> De e-reader is met stip het meest gebruikte apparaat voor het lezen van e-boeken, gevolgd door de tablet en smartphone.

-> Vier op de tien basisscholieren en bijna de helft van de middelbare scholieren leest weleens een e-boek. Hun voorkeur gaat desondanks uit naar papier.

-> Digitaal lezen beslaat een derde van de totale leestijd, een groei ten opzichte van 2013 en 2015.

-> Een groeiend aantal Nederlanders luistert naar boeken. Digitaal verrijkte boeken, zowel voor kinderen als volwassenen, zijn beperkt in trek.

-> Een meerderheid van de Nederlanders bezoekt weleens een online lees- of schrijfplatform.

Aantal digitale lezers groeit

45% van de Nederlanders leest met enige regelmaat een e-boek. Dit is een stijging ten opzichte van de 41% in het jaar ervoor. Tussen januari 2014 en januari 2018 bleef het aantal digitale lezers, kleine schommelingen daargelaten, min of meer stabiel. In de twee jaar daarvoor vond er bijna een verdubbeling plaats, van twee naar vier op de tien Nederlanders die weleens e-boeken lezen (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Lezers van e-boeken

In procenten van de Nederlandse bevolking

Digitaal lezen zit in de ‘early majority’-fase in Rogers’ model dat de adoptie van nieuwe technologieën beschrijft. Dit duidt op een brede acceptatie van het e-boek. Het is de vraag of de achterblijvers (de ‘late majority’ en ‘laggards’) zullen aanhaken: 3% van deze groep overweegt om e-boeken te gaan lezen (KvB Boekwerk & GfK, 2015, meting 33). Tegelijkertijd geeft 17% van de bevolking aan in het verleden e-boeken te hebben gelezen en daarmee te zijn gestopt (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

De meeste digitale lezers adopteren het scherm naast het papier. 46% van de boekenlezers leest e-boeken naast gedrukte boeken, terwijl 4% uitsluitend e-boeken leest. 50% leest alleen gedrukte boeken (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47). Ditzelfde geldt voor het schermlezen in den brede. 49% van de lezers combineert, voor boeken, kranten, tijdschriften en online nieuws, het scherm met papier. 21% leest uitsluitend van het scherm, terwijl 30% dit alleen van papier doet (Wennekers, Huysmans & De Haan, 2018).

Het patroon in de adoptie van e-boeken - en andere digitale teksten - is in lijn met dat van de opkomst van andere nieuwe technologieën. Het 'oude' medium wordt zelden helemaal verdrongen, maar blijft naast de nieuwkomers bestaan. Huysmans & De Haan (2010) spreken van 'geleidelijke en gedeeltelijke vervanging'. Dit proces verloopt bij het boek minder snel en massaal dan bij de langspeelplaat, het cassettebandje, de cd, de videoband en de dvd. Het gedrukte boek bestaat langer dan deze beeld- en geluidsdragers, en heeft daardoor mogelijk een sterkere positie verworven. Bovendien speelt de wet van de remmende vooruitgang mogelijk een rol: omdat het boek lang bestaat, laat het zich minder makkelijk technologisch vernieuwen (Van der Weel, 2011).

E-reader en tablet favoriete leesmedia

De e-reader is het meest gebruikte apparaat voor het lezen van e-boeken. 58% van de digitale lezers leest weleens e-boeken op dit apparaat, terwijl het bij de tablet om 36% gaat en bij de smartphone om 25%. De laptop en desktop computer volgen op geruime afstand. Ten opzichte van een jaar eerder gebruikt een groter aantal digitale lezers de smartphone, en een kleiner aantal de tablet. Drie op de tien digitale lezers gebruikt meerdere apparaten voor het lezen van e-boeken (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47).

Gebruikte leesapparaten

In procenten van de digitale lezers

Dat de e-reader aan kop gaat, is opvallend tegen het licht van het aantal apparaten dat in omloop is. Terwijl 24% van de bevolking een e-reader bezit, heeft 87% een smartphone, 77% een laptop, 65% een tablet en 41% een desktop computer (Schaper, Wennekers & De Haan, 2019). Van de ouders met jonge kinderen beschikt 36% over een e-reader, terwijl dit bij de smartphone 98%, laptop 91% en tablet 76% is (Netwerk Mediawijsheid & Choice, 2020). Kennelijk gebruiken veel bezitters de meeste digitale apparaten niet voor het lezen van e-boeken. Andersom wordt de e-reader juist het meest gebruikt om e-boeken op te lezen. Terwijl 63% van de e-readerbezitters één of meer keren per week een e-boek op hun apparaat leest, gaat het bij tabletbezitters om 12% (GfK, 2013).

Jeugd leest digitaal, maar voorkeur gaat uit naar papier

Vier op de tien basisscholieren leest weleens e-boeken, terwijl dit onder middelbare scholieren bijna de helft is. Daarmee is het scherm voor het lezen, net als onder volwassenen, minder populair dan papier. De meeste jonge digitale lezers gebruiken de leesmedia, net als volwassenen, naast elkaar. Een kleine groep van 3% van de basis- en middelbare scholieren leest uitsluitend e-boeken. De tablet en smartphone zijn de leesapparaten die het meest in zwang zijn, gevolgd door de computer of laptop en de e-reader (DUO Onderwijsonderzoek, 2017).

10- tot 18-jarigen geven voor het lezen van lange teksten en boeken de voorkeur aan het papier boven het scherm. Hetzelfde geldt voor het maken van aantekeningen, dat ze blijkbaar liever met de hand doen. Voor het opzoeken van informatie en het leren van woordjes prefereren kinderen en jongeren de digitale media (Monitor Jeugd en Media, 2017).

Leesvoorkeur 10- tot 18-jarigen

In procenten

Hoewel studies met een experimenteel ontwerp wijzen op de mogelijkheid om het lezen, ook van lange teksten en boeken, te bevorderen met behulp van digitale media, is dit in de praktijk vooralsnog niet terug te zien.

Algemene leestijd van het scherm groeit

Nederlanders lezen een derde van de leestijd van het scherm. Het gaat om 14 minuten per dag, terwijl dit voor papier 28 minuten is. Het aandeel van digitaal binnen de leestijd is gestegen ten opzichte van de 22% in 2013 en de 29% in 2015. Het gaat hier om boeken, kranten, tijdschriften en tekstberichten op websites en in apps (Waterloo, Wennekers & Wiegman, 2019).

De tablet wordt het meest gebruikt om digitaal van te lezen. Nederlanders reserveren 17% van de leestijd voor dit apparaat, gevolgd door de smartphone met 10% en de e-reader met 5%. Tweederde van de leestijd is bestemd voor papier. Alleen bij kijken is de traditionele drager - het televisietoestel - met 89% dominanter (Waterloo, Wennekers & Wiegman, 2019).

De leestijd van het scherm is tussen 2015 en 2018 met 2 minuten gestegen, terwijl papier een daling aantekende van 2 minuten. De algehele leestijd in deze periode is stabiel met 42 minuten (Waterloo, Wennekers & Wiegman, 2019).

Luisterboek groeit in populariteit

18% van de Nederlanders luistert weleens naar een voorgelezen boek of luisterboek. Dit is een stijging ten opzichte van de 12% in 2018 en de 9% in 2016. De belangrijkste reden om te kiezen voor het luisterboek, is dat deze zich gemakkelijk laat combineren met andere activiteiten. Ook voelt luisteren naar een boek rustgevender dan lezen, is het mogelijk om een fijne houding aan te nemen, voegt de voorleesstem een dimensie toe aan het boek en zijn luisterboeken makkelijk te vervoeren (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 49).

Weinig lezers voor verrijkte digitale boeken

De meeste e-boeklezers (81%) lezen uitsluitend ‘kale’ e-boeken, dus zonder extra digitale mogelijkheden. 8% leest wel eens een e-boek met achtergrondinformatie (zoals aanklikbare biografietjes, betekenissen van woorden), 7% met een voorgelezen of luisterversie, 7% met hyperlinks (bijvoorbeeld naar het internet) en 4% met bewegende beelden en/of animaties (KvB Boekwerk & GfK, 2014, meting 30).

(Verrijkte) digitale kinderboeken vormen niche

4% van de Nederlanders gebruikt weleens een digitaal kinderboek, samen met één of meerdere kinderen. Onder ouders met thuiswonende kinderen gaat het om 8% (KvB Boekwerk & GfK, 2018, meting 43).

Driekwart van de ouders van 0- tot 6-jarigen leest hun kind vrijwel dagelijks voor van papier. Voor kinderboeken met digitale mogelijkheden liggen de percentages lager. 9% leest bijna elke dag voor uit een digitaal kinderboek dat is verrijkt met spelletjes, 8% uit een digitaal kinderboek met een voorgelezen of luisterversie en 4% uit een digitaal kinderboek met geanimeerde in plaats van statische prenten (KvB Boekwerk & GfK, 2014, meting 30). Hiernaast geeft 9% van de ouders aan dat hun kind op de voorafgaande dag een voorleesverhaaltje via een app heeft geluisterd, en twee op de tien een kinderliedje via een app. De kinderen doen dit gemiddeld 15 à 20 minuten, langer dan de duur van een voorleessessie (Netwerk Mediawijsheid & Choice, 2020).

Meerderheid Nederlanders bezoekt online lees- en schrijfplatform

Online lees- en schrijfplatforms kunnen zich richten op de toegang tot boeken, de aanbeveling van boeken of op het sociaal lezen en schrijven van verhalende en informatieve teksten. Een corpusanalyse van 74 platforms wijst uit dat er in elk van deze drie categorieën ongeveer evenveel platforms beschikbaar zijn. Drie op de tien platforms valt in een combinatie van toegang, aanbeveling en sociaal lezen en schrijven (Kramer, Evers-Vermeul & Bakker, 2020).

64% van de Nederlanders heeft in 2018 gebruik gemaakt van een toegangsplatform (zoals Bol.com, Kobo en de Online Bibliotheek), 27% van een aanbevelingsplatform (zoals GoodReads en Lezen voor de Lijst) en 4% van een platform voor sociaal lezen en schrijven (zoals Wattpad of Hebban). Hoewel platforms voor sociaal lezen en schrijven door minder mensen worden bezocht, komen de bezoekers er vaker: ongeveer 40 keer per jaar, tegenover ongeveer 25 keer per jaar voor toegang en aanbeveling. De duur van een bezoek loopt niet erg uiteen. Bezoekers verblijven gemiddeld 16 à 21 minuten per sessie op een online lees- en schrijfplatform (GfK, 2019).